Inclusie: ‘Nog veel winst te behalen’

Inclusie: ‘Nog veel winst te behalen’

Korfbal League

De dood van George Floyd op 25 mei in Minneapolis - de Afro-Amerikaanse man overleed nadat een politieagent met zijn knie minutenlang op Floyds nek leunde - leidde wereldwijd tot protesten en een debat over racisme. Ook in de Nederlandse (top)sportwereld wordt het gesprek gevoerd. Verschillende Nederlandse sporters en teams - waaronder TeamNL Korfbal - zetten op 2 juni hun social mediapagina’s ‘op zwart’, vergezeld van de hashtag #BlackOutTuesday. Ook spraken meerdere sporters, zoals hockey-international Terrance Pieters zich openlijk uit over racisme in hun sport. Begin deze maand kwam NOC*NSF-voorzitter Anneke van Zanen met een column 'Strijdbaar voor sport waar iedereen zich thuis voelt’ in het vakblad Sport & Strategie. Hoe wordt het inclusiedebat in de (top)korfbalwereld gevoerd en wat doet het KNKV om iedereen zich daar thuis te laten voelen?

KZ/Thermo4U wijdde op 17 juni een podcast aan racisme in de sport. Te gast in deze aflevering van KZ TALKS 4U waren Esther Cordus (KZ/Thermo4U en international TeamNL Korfbal) en Randell van der Steen (Blauw-Wit (A) en international Suriname). Zij geven aan in de korfbalwereld niet echt te maken hebben gehad met racisme. “Niet heel expliciet, eigenlijk”, begint Cordus. “Als je naar korfbal kijkt, ben je wel één van de weinigen, die donker of gekleurd is. Vroeger heb ik dat nooit beseft eigenlijk. Ik zat gewoon op korfbal. Iedereen in mijn team was blank, maar dat besefte ik niet zo.”

Van der Steen, in de podcast: “Ik heb nooit echt racisme meegemaakt. Niet van supporters of van tegenstanders. In mijn jeugd ben ik daar ook heel weinig mee in aanraking gekomen, of eigenlijk gewoon niet”, zo vertelt hij. “Je bent wel één van de weinige getinte spelers in de Korfbal League, maar dat maakt je denk ik ook wel uniek. Dus; ik heb het nooit zo bekeken en ik heb er ook nooit op gelet. Het speelde nooit echt een rol.”

Van onschuldige grapjes is af en toe wel sprake, zo wordt duidelijk in de themaaflevering van KZ Talks 4U. “Ik had er zelf niet zoveel problemen mee”, vertelt Cordus. “Ik heb toch ook een kleurtje? Maar in deze tijd wordt het niet meer geaccepteerd dat mensen zoiets roepen.” Van der Steen: “Er worden heus wel dingen gezegd, maar daar zoek je geen racisme achter. We moeten met z’n allen er wel veel bewuster van zijn, dat je door iets simpels te zeggen, andere mensen écht kan kwetsen.”

Statement Fortuna/Delta Logistiek
Fortuna/Delta Logistiek was één van de korfbalverenigingen, die openlijk aandacht aan het thema besteedden. Op 23 juni kwam bestuurslid Tim van Peppen met een statement op de website, getiteld ‘Racisme? Bij Fortuna toch geen probleem?’. Naar de titel verwijzend stelt Van Peppen in zijn tekst: “Dat zou best kunnen en mogelijk komt racisme of ander soort kwetsend gedrag bij ons niet voor, dan toch is het geen onderwerp om niet bij stil te staan. Juist nu is het goed om aandacht te besteden aan een maatschappelijk probleem, maar nog belangrijker, om ook daadwerkelijk tot actie over te gaan.”

Van Peppen vervolgt: “Opmerkingen, al dan niet grappig bedoeld, kunnen kwetsend overkomen. En dat kan ook als je je daar zelf niet bewust van bent. Juist die opmerkingen kunnen door sommige personen als heel vervelend worden ervaren, omdat het misschien klein voelt. Dan kun je vinden dat iemand zich niet moet aanstellen, dan kun je vinden dat je tegen een grapje moet kunnen en dat iedereen het recht heeft om zijn mening te verkondigen en grappig moet kunnen zijn. Dat is aan iedereen zelf.” En: “Wat we ook kunnen doen is elkaar aanspreken op mogelijk kwetsend en ander ongewenst gedrag, dat we elkaar er op attenderen en het bespreekbaar maken. Wij, als Fortunezen onder elkaar. We kunnen elkaar helpen om de maatschappij een klein beetje mooier te maken en daarmee ook Fortuna nog een klein beetje mooier te maken.”

Breder debat: Casper Boom in Trouw
Gaandeweg werd het debat breder getrokken; van racisme naar inclusie op meerdere vlakken. Dit blijkt ook uit het artikel ‘Homodiscriminatie blijft onbestraft in de sport. ‘Er is nog nooit een wedstrijd om stilgelegd’, dat op 29 juni in Trouw verscheen. Naast journalist Thijs Smeenk komt daarin Casper Boom, oud-international en oud-speler van DOS’46, aan het woord. Net als Smeenk geeft Boom namens de John Blankenstein Foundation workshops over homoseksualiteit in de sport. Dat deed hij in de afgelopen weken aan studenten van het CIOS in Heerenveen.

Boom, in Trouw: “Dat deden we al op het CIOS in Goes en Arnhem. Dit zijn toch de toekomstige professionals in de sport. Op school was er nog niets gedaan met het thema, dat wij verbreden naar discriminatie. Eigenlijk vind ik dat sportbonden het verplicht in hun opleidingen en cursussen zouden moeten opnemen. Ook clubs zouden kunnen worden aangemoedigd om actiever te worden. Als iemand voor homo uitgescholden wordt, zou je het gesprek aan kunnen gaan. Met het vingertje wijzen heeft niet zoveel zin, dat doen wij ook niet, het gaat wel om bewustwording”, zo laat hij optekenen.

Over zijn eigen situatie vertelt Boom aan de krant: “Toen ik erachter kwam, dacht ik: dit is niet cool, dit wil ik niet. Ik stopte het weg en stortte me volledig op het korfbal. Ik had een tunnelvisie. Ik was de enige homo in het korfbal, dacht ik, en was bang dat het publiek me zou gaan uitjouwen omdat ik voortaan een stempel op mijn hoofd zou hebben. Ik ben meer dan een homo. Maar het bleek geen schok te zijn. Mensen namen het voor kennisgeving aan.”

Rodenburg: ‘Zijn een erg witte sport’
Zoveel mogelijk mensen laten genieten van korfbal. Dat is één van de twee hoofdambities van het KNKV. Wat doet het KNKV eraan om iedereen – ongeacht kleur, afkomst, seksuele geaardheid, etcetera – zich thuis te laten voelen in de korfbalsport? KNKV-directeur Kees Rodenburg: “Korfbal is voor iedereen. Wij korfballers zijn zelf van mening dat we een toegankelijke sport zijn waarbinnen niet gediscrimineerd wordt, maar blijkbaar zijn er toch hobbels die inclusie in de weg staan. Feit is namelijk dat wij een erg witte sport zijn. Projecten in de grote steden laten op dit moment zien dat participatie van minderheden juist bij korfbalverenigingen goed lukt. Een nog niet opgelost probleem is het blijvend binden van deze doelgroepen.”

Op het vlak van geaardheid ziet Rodenburg binnen het korfbal in de praktijk een zelfde beeld als binnen andere teamsporten. “Homoseksualiteit wordt bij vrouwen volledig geaccepteerd, terwijl er over homoseksuele spelers nog steeds grapjes worden gemaakt. Ook wordt de term ‘homo’ vaak achteloos gebruikt. Die grapjes en uitlatingen zijn wellicht niet kwetsend bedoeld, maar kunnen wel zo ervaren worden, zoals dat ook bij grapjes over kleur het geval kan zijn. Het is goed dat dit besef bij iedereen landt.”

Gelijkwaardigheid man en vrouw
Over inclusie gesproken komt Rodenburg nog op een ander punt. “Korfbal is dé sport waarin mannen en vrouwen gelijkwaardig aan elkaar zijn. Daar zijn we met z’n allen trots op, maar ook op dit vlak zijn er nog verbeterslagen te maken. Zo bestaan besturen voor de meerderheid uit - witte - mannen en zie je eigenlijk alleen bij de jeugd vrouwelijke coaches en scheidsrechters. Als KNKV doen we ons best hier verandering in aan te brengen door bijvoorbeeld gericht vrouwen te benaderen om deel te nemen aan opleidingen tot coach of scheidsrechter. De nieuw in te richten Bondsraad en vacatures in het bondsbestuur bieden ook kansen om actief vrouwen te werven. Verder denk ik dat de samenwerking met gemeentes in het algemeen en de lokale sportakkoorden in het bijzonder inclusie en gelijkwaardigheid gaan stimuleren.”

Zijn punt over gelijkwaardigheid van man en vrouw trekt Rodenburg door naar het speelveld. “Er is sprake van verborgen competitie. In het Korfbal Leagueseizoen 2018/2019 scoorden de vrouwen dertig keer vanaf de stip met een scoringspercentage van 75 procent. Afgelopen seizoen hadden we in de Korfbal League het experiment dat degene wiens kans ontnomen werd de strafworp moest nemen. De kritiek vooraf was dat de vrouwen amper strafworpen namen, omdat ze er nu eenmaal minder goed in waren. Afgelopen seizoen scoorden de vrouwen 194 strafworpen – dus 164 meer dan het seizoen ervoor - met een scoringspercentage van 77 procent. Het scoringspercentage bij de mannen lag op 79 procent. Vrouwen kunnen dus zet zo goed strafworpen nemen als mannen, maar die barriѐre moest eerst doorbroken worden.”

Rodenburg vervolgt: “Ook over de verkiezing van een speciale ‘vrouwelijke Goal van het Jaar’ op Korfbal.nl kwamen vragen. We zijn toch een gelijkwaardige sport? Dat klopt, maar in het seizoen ervoor drongen alleen mannelijke goals door tot de finale en nu zetten we ook vrouwen in de spotlight, zodat meisjes hier een voorbeeld aan kunnen nemen. Dergelijke ‘onnatuurlijke’ maatregelen zijn soms nodig.”

‘Nog veel winst te behalen’
Rodenburg besluit: “Het is duidelijk dat er op het vlak van inclusie nog op meerdere terreinen veel winst te behalen valt. Als KNKV gaan we hier nóg meer aandacht aan besteden en ik roep verenigingen en korfballers op om bij zichzelf na te gaan wat we hieraan kunnen doen.”

Datum: 10 juli 2020 uur